HomeHet jaar 1813 en zijne gloriePagina 25

JPEG (Deze pagina), 583.05 KB

TIFF (Deze pagina), 4.98 MB

PDF (Volledig document), 15.27 MB

23
werken aan ’s lands gemeen belang, dat gediend
wordt door toenadering, door verlevendiging van
het besef van saàmgehoorigheid. Wij spreken van
de Franschen van 1810 tot 1813 niet meer als van
,,bloedhonden en schelmen". Mèt dr. Breen zeggen
wij, dat hun regiment voor ons geweest is als eene
, ziekte, die het lichaam zuivert en den geest tot ernst
g stemt. Maar, wie zich voelt genezen, acht de her-
l stelling grooter zegen .dan de krankheid - zoo
mochten de vaderen jubelen en past het ons die
bevrijding dankbaar te herdenken. Daarover mede-
. lijdend de schouders op te halen, doet slechts de
A vaderlandslooze theoreticus. Zietdaar goede woorden!
Ook wij, M. H., zijn ons heden onze liefde weder
ïi welbewust geworden. Wij hebben lief onze vlag,
{ wier schitterende kleuren nog altijd fier wapperen
l langs den vloed en uitwaaien boven den grond,
j waarop wij hebben gewoond van geslacht tot ge-
W slacht. Wij hebben lief onze volksliederen, onze
r geuzenzangen, ons heerlijk Wilhelmus bovenal, die
_ zingen van onze gehechtheid aan deze lage landen
aan de zee, waarvoor de vaderen leden. Wij hebben
lief onze taal, de schoone, de rijke, die in haar ,
kracht en teederheid heel het volk is en voor wier j
g zuiverheid wij willen waken en opkomen. Ons hart ,
hangt aan onze zeeën en stroomen, onze weiden
s en bosschen en heidevelden, wier bedreigde schoon-
_ heid wij willen helpen handhaven, ons eigen land,
l plek, waar onze wieg eens stond, waar eens ons l
graf zal zijn. Wij hebben lief onze vrijheden en
privilegien en dat roemruchte huis, dat, eeuwenlang
met ons volk verbonden, ons in den grootsten zijner
jl zonen, prins Willem I, hoogloffelijker memorie, den
grondvester schonk van ons vrij volksbestaan. Vlag
jl