HomeHet jaar 1813 en zijne gloriePagina 19

JPEG (Deze pagina), 534.35 KB

TIFF (Deze pagina), 5.02 MB

PDF (Volledig document), 15.27 MB

n *7
J velhebber van het kleine eilandje Decima, die trots
, eene Engelsche oorlogsvloot de Nederlandsche vlag
· wapperen laat, zoodat zij dáár, in het verre Oosten,
i op een handbreed gronds is blijven waaien, terwijl
J zij overal elders was neergehaald. O, schitterende
kleuren van Nederlands vlag ­- toen zij den
24St€¤ November weer uit den toren van het paleis
l op den Dam was uitgestoken, ging er een gejuich
t op uit duizende keelen en Willem de Clercq teekende
A in zijn dagboek aan, hoe verrukt hij was, toen hij
r de vlag, die eens boven het schip van De Ruyter
j woei, weder voor het eerst op het Amsterdamsche
‘ kapitool golven zag. De oude patriot Valckenaer
beleed, dat hij, bij dat schouwspel, wel tienmaal
g op een dag tranen stortte. Zoo had zich vervuld
ï wat eenmaal, in 1811, Bilderdijk had geprofeteerd:
l
»Holland leeft weêr!
jä Holland streeft weêr!
Met zijn afgelegde vlag,
Door de boorden
§ Van het Noorden
Naar den ongeboren dag .... "
en wat de veel gesmade Helmers, in heilig enthoe-
g siasme, gezongen had:
»Neen, neen der vad’ren roem verspreidt te sterk een luister,
En ’t kroost van zulk een volk zinkt niet geheel in ’t duister!"
In waarheid wij mogen gewagen van de Hglorie
Y van 1813". Dwaas zou het zijn te verwachten, dat
allen toen helden en heldinnen geweest waren; even
zeker is het, dat het aan edel heroïsme, aan door
lijden gelouterde toewijding niet ontbroken heeft.
j Wanneer wij aldus de historie haar volle recht
l
­i
·: