HomeHet keerpunt van BrabantPagina 33

JPEG (Deze pagina), 923.33 KB

TIFF (Deze pagina), 7.83 MB

PDF (Volledig document), 37.51 MB

z
31
king moeten komen, omdat het meer verkregen had dan de andere
gewesten, want, was dat verdrag niet gesloten, dan, zoo werd er
vriendelijk bijgevoegd, ,, zou Bataafsch Braband zekerlijk in des-
zelfs ondergeschikten staat gebleven zijn." Het duurt nu wederom
een volle week, eer wij iets verder hooren. Op 25 Februari brengt
de commissie rapport uit op de resoluties van Zeeland en Over-
ijssel. Ook dat rapport handhaaft het oude voorstel: geen quote,
wel een vaste som. Holland, Utrecht en Friesland sluiten zich
daarbij aan. De vier overige gewesten zouden zich weer nader
” verklaren. Gelderland gaf den volgenden dag die verklaring: het
handhaafde zijn vroegere afwijzende meening. Maar dan is het
geduld van Holland ten einde: het springt voor Brabant in de
bres, en leest de les aan de weigerachtige gewesten in een ver-
toog zóó scherp, dat een tweede moeilijk in de resolutieboeken
der Staten­Oeneraal te vinden zal zijn. Den korten inhoud van dit
stuk moeten wij hier inlasschen, mede om recht te doen weder-
varen aan het gewest, dat juist vroeger tegen de andere gewesten
in, de zware belastingen voor Brabant heeft weten door te voeren.
Na gezegd te hebben, dat men tegenover Zeeland buiten-
gewoon welwillend was opgetreden (het betrof de toetreding van
Zeeland tot de Nationale Vergadering), sprak Holland zijn ver-
wondering uit, dat men voor een der volkrijkste gewesten ,, zoo
j veel condescendance niet geliefde te betoonen" in een zaak, die
slechts een tijdelijke regeling beoogde en waarvan toch de toe-
lating van dat gewest in de Nationale Vergadering afhing. Hol-
land wenschte een besluit op het rapport omtrent het bedrag
van f. 950.000, of een andere schikking, tot genoegen van beide
partijen vastgesteld. Wanneer dat onverhoopt morgen, - dat is
Zaterdag, 27 Februari -, of Maandag daarop, - dat is 29 Fe-
bruari, - niet mocht zijn afgedaan, zoodat de afgevaardigden
van Brabant bij de opening van de Nationale Vergadering daarin
.·». toegang kregen, dan zou Holland op de nadrukkelijkste wijze
aanteekening verzoeken, dat de gewestelijke Staten van Holland
hadden gewenscht, ,, dat de werkzaamheden van haar Hoog Mo-
gende met meerder blijken van welwillenheid en genegenheid,
voor een zoo aanzienlijk gedeelte van het Bataafsche Volk, het-
welk meer als te lang onder den ijzeren scepter van heerschzugt
heeft moeten bukken, hadden kunnen geëindigt, en daardoor de
vexatien, door de Vergadering van haar Hoog Mogende in vroe-
gere jaaren de ingezetenen van dit gewest aangedaan, in een diepe
l
I