HomeHet keerpunt van BrabantPagina 25

JPEG (Deze pagina), 937.66 KB

TIFF (Deze pagina), 7.83 MB

PDF (Volledig document), 37.51 MB

23
door Betaafsch Braband te dragen, naar behoorlijk onderzoek en
billijkheid, onderling worden gereguleerd," doch daarnaast ver-
klaarde Brabant zich reeds bereid de tegenwoordige inkomsten
als basis voor die onderhandelingen te nemen: ,, dat des aan-
gaande, naar rato van het provenu der tegenwoordige inkomsten,
kan worden geconveniëerd." Gereedelijk stemde Brabant ook in
met het ultimatum van de Staten van Holland, dat, voor het
geval de Staten-Generaal niet uiterlijk op 15 October tot de bij-
eenroeping eener Nationale Conventie zouden besluiten, dit gewest
zelfstandig die bijeenroeping zou decreteeren, met medewerking
van alle ,, zodanige Bondgenooten, Gewesten, Landschappen, Ste-
den, Dorpen en Gehugten, als daartoe zullen willen toetreeden."
Het straffe optreden van Holland had goede gevolgen: op 15 Oc-
tober werd met een meerderheid van vijf gewesten - Zeeland stemde
tegen en Friesland was verdeeld - besloten: ,, er zal een Nationale
Vergadering worden daargesteld/’ 29) Binnen zes weken, dus vóór
25 November, zouden de gewesten hunne meening over het con-
cept-reglement moeten inleveren, en ook Brabent kreeg daarvan
mededeeling; tegelijkertijd werd het uitgenoodigd om afgevaardig-
den te zenden om de quote, door Brabant te betalen, te kunnen
vaststellen, immers, zoo luidt de missive van 14 October: ,, Wij
zullen de Representanten van Bataafsch Braband in de Nationaale
Vergadering niet wel kunnen admitteeren, voordat bepaald zijn
Ulieder quota." Brabant had zich reeds bereid getoond een billijk
aandeel in de gemeenschappelijke lasten te betalen, maar het ge-
voelde, dat de onderhandelingen daarover niet binnen dien korten
termijn tot een goed einde zouden kunnen worden gebracht, waar-
om het op 20 October een missive naar Hun Hoog Mogende zond,
waarin het vertrouwen werd uitgesproken, dat, ook in geval de
quote nog niet geregeld zou zijn, het gewest uit dien hoofde niet
van de Nationale Vergadering zou worden uitgesloten. De Staten
stelden deze missive in handen van een commissie, die verder
met de afgevaardigden van Brabant zou onderhandelen. Eerst op
29 December werd het rapport dezer commissie bij de Staten-
Generaal ingediend. De gewesten konden daarop, gelijk gebrui-
kelijk, niet aanstonds hunne conclusie uitbrengen: alleen Holland,
dat in deze periode zich meer en meer de belangen van Brabant
aantrok, behoefde geen copie meer te ontvangen, en zou nader
zijn verklaring uitbrengen.
Wat was intusschen geschied'? Op 4 November waren de