HomeHet keerpunt van BrabantPagina 23

JPEG (Deze pagina), 916.31 KB

TIFF (Deze pagina), 7.83 MB

PDF (Volledig document), 37.51 MB

21
alleen verklaren in de veronderstelling, dat zij tegenover de be-
volking hun eigen macht en hun invloed bij de regeering in
Den Haag grooter hebben willen doen schijnen dan zij in wer-
kelijkheid was.
De verhouding tot de Staten-Generaal werd intusschen al
stroever en onvriendelijker. Bataafsch Brabant achtte zich souve-
rein, en de Staten hielden aan de letter van de overeenkomst,
die slechts sprak van Administratie. In een andere belastingkwestie
g· kwam dat weer duidelijk aan het licht. Een paar leden van de
Commissie van Financiën van Bataafsch Brabant hadden een
J bespreking gehad te Bredalmet de Gedeputeerden der Staten-
Generaal, en naar aanleiding daarvan was door het Comité tot
de Algemeene Zaken van het Bondgenootschap te lande een re-
j solutie genomen, dat aan Brabant een remissie zou worden ge-
geven op de verpondingen ten bedrage van twee kwartalen, mits
de twee overige kwartalen stipt en vóór 1 November zouden
worden betaald en de vorderingen wegens oorlogslasten tijdens
j de Fransche bezetting voorloopig niet zouden worden ingediend,
A tot de algemeene kas ruimer van geldmiddelen zou zijn voorzien.
j Wegens een fout in ’t eerste schrijven, waardoor de indruk was
gewekt, dat men tegenover die vrijstelling van het recht tot terug-
vordering der krijgslasten zou moeten afzien, was in Brabant al
dadelijk besloten die al te kostbare gunst niet te aanvaarden. Toen
later bleek, dat de Staten slechts een uitstel der betaling van de
legerlasten bedoeld hadden, (wat wellicht niet ten onrechte als ge-
lijkstaand met een afstel werd opgenomen), bleef men toch bij het
eerstgenomen besluit, vooral omdat het Brabantsch bestuur zelf
niet officiëel in de onderhandelingen gekend was geweest. 25)
Slechts de bijeenkomst der Nationale Conventie, waardoor
ï aan de toezegging tot gelijkstelling met de andere gewesten vol-
rj daan zou worden, zou de oplossing kunnen brengen. Maar daarmee
‘ hing onverbrekelijk samen de regeling van de geldelijke verplich-
tingen tegenover de Generaliteit, en die zou juist de groote
struikelblok nog zijn.
Wat er in den loop van 1795 gedaan is en ook niet gedaan
is, (want de traditioneele gewestelijke langzaamheid en lijntrekkerij
verloochende zich ook hier niet), om tot de bijeenroeping van de
Nationale Conventie te geraken, behoef ik hier niet in te lasschen.
Hier interesseert ons alleen te vernemen, wat Bataafsch Brabant
daartoe gedaan heeft en dan nog voornamelijk in betrekking tot