HomeHet keerpunt van BrabantPagina 21

JPEG (Deze pagina), 896.95 KB

TIFF (Deze pagina), 7.77 MB

PDF (Volledig document), 37.51 MB

19
zien der heffing van het middel der Convoyen en Licenten boven-
mate zijn bezwaart tot groot nadeel der Fabricquen, Commercie
en allen handel aldaar". Voor de Generaliteitslanden is het alleen
te betreuren, dat men zoo laat tot dat inzicht is gekomen.
Van dit plan van Tusschenbestuur mogen wij niet afstappen,
, zonder vermeld te hebben art. 4, dat de vrije uitoefening van alle
godsdiensten waarborgde ,, binnen de plaatsen daartoe geschikt".
, Dat was tenminste één vrucht, gegroeid aan den vrijheidsboom,
die voor het Katholieke Brabant het plukken waard was. Voor
j het overige moest het afwachten, of in de toekomst nog eens
? een vollere oogst aan dien tooverboom zou rijpen.
Wat Pieter Vreede op Zondag 19 juli van den kansel in de
groote kerk te Tilburg aan de stemgerechtigde burgers voorhield:
,,De regeering of liever de beheersching der zeven Provinciën
over U heeft op het oogenblik, dat het concept­plan door Bataafsch
Brabant zal zijn aangenomen, een einde" 22), zal hij zelf kwalijk
geloofd hebben. Trouwens hij had zelf een uitvoerige memorie
opgesteld tegen de bepaling, dat de Staten­Generaal de gekozen
Representanten zouden rangschikken in actieve en in plaatsver-
vangers, en in den aanhef daarvan schreef hij zonder omwegen:
,, Zal het Volk oppermagtig zijn, en zich doen representeren, dan
is het ook zeker, dat die representatie door geen ander vermogen
kan worden bepaald, geregeld of bestuurd, maar dat het Volk
gaaf moet kunnen zeggen: dit is mijn Representant. Het minste
dat hierin een vreemde magt werkzaam is, is een indragt op
’s Volks oppermagt." 23) En toen hij op 31 December bij de in-
stallatie van het nieuwe gewestelijk bestuur in de groote kerk te
Breda het woord tot de Representanten richtte, noemde hij het
welhaast verdwijnende Tusschenbestuur ,,een saamenstel van vrij-
heid en dwang". In geheel de periode van het Tusschenbestuur
heeft men in Brabant den dwang der Staten­Generaal blijven voelen.
Het Tusschenbestuur, dat voornamelijk tot taak had de verkiezing
van Representanten tot de Nationale Conventie voor te bereiden,
heeft in zijn kort en moeilijk bestaan wel verschillende maat-
regelen kunnen doen nemen, die voor Brabant van belang waren,
doch op het gebied van belasting heeft het al bitter weinig ver-
lichting aan de bevolking kunnen geven. Dat beperkt zich tot dit
ééne, dat op zijn voorstel de Staten-Generaal, - en hier blijkt weer,
i dat de souvereine rechten niet in Brabant, maar in Den Haag werden
1 uitgeoefend, - op 20 November overgingen tot de afschaffing van
t