HomeHet keerpunt van BrabantPagina 20

JPEG (Deze pagina), 925.95 KB

TIFF (Deze pagina), 7.77 MB

PDF (Volledig document), 37.51 MB

l
t ` 18
l
l terwijl ook in verloop van tijd nog allerhande waren daaronder
. begrepen werden, die vroeger tolvrij waren. Hoe die last in den
j tijd der overheersching was toegenomen, kan blijken uit het op-
loopen der pachtsommen. Bij het overgaan van Den Bosch was die
tol verpacht voor f. 150, spoedig was die meer dan vertienvoudigd
tot f. 1700, en in 1669 had hij reeds de buitengewone hoogte van «
f. 22.000 bereikt, terwijl nadien, toen men allerlei vroeger vrijgestelde
goederen tolplichtig had gemaakt, de pacht zelfs tot f. 60.000 op-
l klom. ,, Buiten en behalven", zooals van Heurn in 1786 schreef, F'
. ,,het groot aantal commisen, welken door den pachter nog onder-
houden worden, en welker getal, naar maate van de toeneemende ’
E exactien mede is vermeerderd/’ Als een staaltje daarvan kan
gelden, dat zelfs bij verhuizingen binnen de grenzen van Brabant
1 tol werd geheven van de meubelen, die vervoerd werden.
Ofschoon de opbrengst van deze tollen slechts ongeveer
5 à 60/0 bedroeg van de totale belastingsom, is het te begrijpen,
dat vooral het grievende karakter dezer belasting de afschaffing
daarvan tot een der eerste pnnten van het nieuwe bestuur maakte,
r welke afschaffing in de overeenkomst met de Staten althans pro-
V visioneel gehandhaafd bleef.
S De Convooien en Licenten kwamen in de praktijk eenigszins
overeen met de tollen, gelijk die althans in de Meierij toepassing
f hadden gevonden, immers zij worden omschreven als: ,, een ge-
gemeen middel (algemeene belasting), geheven wordende van alle
te inkomende of uitgaande waaren en koopmanschappen, zoo te
water als te lande." Ofschoon die belasting oorspronkelijk alleen
geheven werd op den in- en uitvoer van waren naar of uit neu-
trale, en - met verlof der Staten - ook naar of uit vijandelijke
landen Z'), werd die ook op de Generaliteitslanden toepasselijk
verklaard, zoodat die daarmede buiten den eigen landskring
werden gesloten niet alleen, maar zich in hun industrie en handel
· veel zwaarder belast zagen dan de overige gewesten. In verband
met het onderwerp, dat ons thans bezig houdt, behoeven wij de
Convooien en Licenten niet verder te bespreken, omdat op 17 juli
j 1795 die uitzonderingswet door de Staten­Generaal voor alle
{ Generaliteitslanden reeds was opgeheven en in het vervolg de
Convooien en Licenten als in de andere provincies zouden betaald
Q; worden. Alleen moge hier wel even aandacht er voor gevraagd
·· worden, dat in de desbetreffende resolutie de Staten ronduit er-
jg kennen, dat het evident is, ,, dat de Oeneraliteitslanden ten aan-
l