HomeHet keerpunt van BrabantPagina 19

JPEG (Deze pagina), 962.48 KB

TIFF (Deze pagina), 7.88 MB

PDF (Volledig document), 37.51 MB

17
lt jj was van wat sinds de verovering der Franschen was toegestaan.
" ë Vier artikelen handelen over de geldmiddelen: het laatste daarvan
1, g geeft de bestemming aan der ingekomen gelden: nl. de Gene-
E raliteitskasse, juist dus als voorheen, alleen de kosten van de
` Representanten en van het Hof van justitie mogen daaruit eerst
d it worden gekweten. De belastingen zouden ,,provisioneel" worden
U geheven volgens dezelfde wetten als voorheen, ,, om alle verwar-
’· ringen te vermijden", hetgeen wel een eigenaardig motief is om
` de heffing van een groot aantal zeer drukkende belastingen te doen
1 1 voortduren. Uitdrukkelijk wordt er bij vermeld, dat ,, provisioneel"
ook geen verandering kan komen ,, in het stuk der tienden, chijnsen
ä en leenen", waaruit volgde, dat de Representanten van Brabant
1 hun publicatie van 2 juli tot verpachting der tienden nu op 18 juli
5 weer ongedaan moesten maken. De eenige tegemoetkoming, die
' op financiëel gebied verkregen werd, is vervat in art. 15, dat be-
? T, paalde: ,, dat de Brabantsche Land­Thol en alle andere Thollen,
‘ g ten voordeele van de Landen geheven wordende, zullen bij provisie
1 opgeschort worden, en het middel van de Convoijen en Licenten
E op denzelfden voet geheven als in de Provintiën, totdat men
wederzijdsch nadere beschikkingen zal hebben gemaakt."
1 Met de afschaffing van den landtol en de overige tollen waren
de Representanten van Brabant de Republiek echter reeds voor ge-
weest. lmmers, op 30 juni hadden de Representanten afgekondigd,
l dat de ,, groote Brabandsche zwijgende Landthol", alsmede het
ä Geleide- en Paardegeld, en alle overige tollen niet meer geheven
zouden worden, provisioneel totdat de Nationale Conventie daar-
over zou hebben beslist. Zeer terecht motiveerden zij die afschaf-
fing hierdoor, dat de Brabantsche landtol ,, tegen de intentie van
dezen lande is afgeperst geworden, en ook bovendien tot merkelijk
nadeel van de vrije negotie is strekkende". Reeds sinds 1355
, waren de Brabanters van dezen tol, door de graven van Leuven
i het eerst geheven, vrijgesteld, wat o. a. in 1477 door Maria van
I Bourgondië bij hare ,, Blijde lncompste" was bevestigd, en ook
Q Karel V had nogmaals bepaald in 1531, dat deze tol in Brabant
Q alleen mocht worden geheven van den vreemden koopman, ,,die
g buiten de paalen van Braband geseeten is. " Het leed dus geen
twijfel, of de landsheer had geen recht dezen tol door de in-
j woners van Brabant te doen betalen, doch de zeven nieuwe
E heeren hadden daarmede geen rekening gehouden: ook de eigen
5 inwoners werden belast, even goed als de vreemde koopman,
1