HomeNieuwjaarsfeest en koningsdag in Babylon en in IsraëlPagina 9

JPEG (Deze pagina), 779.49 KB

TIFF (Deze pagina), 7.61 MB

PDF (Volledig document), 29.92 MB


l
lg 7
l
Q de profeten en hun aanhangers geen belang stelden, dat
ä zü verwaarloosden of afkeurden: het terrein van cultus
g ‘ en mythus.
Nu is er weer een moeilijkheid. juist tengevolge van de
El . . . . . .
onversch1ll1ge houding der kringen, in wier geest onze
bronnen bewerkt zijn, weten wij over den lsraëlietischen
tempeldienst in het vóór-exielische tijdperk weinig. Zelfs
l in het boek Leviticus, waarvan men in dit opzicht nog het
l meest zou verwachten, vinden wü hoofdzakelijk voorschriften
J voor de leeken en niet voor de priesters. Als wij willen
weten, hoe in het vóór-exielische tijdperk de groote feesten
bij den tempel te Bethel of bij dien op den berg Zion
' gevierd werden, dan laten onze bronnen ons meestal in
den steek. Nu is het de verdienste van een Noorschen
geleerde, S. lV[ow1Nc1<E1., dat hij weer eens met nadruk
gewezen heeft op de Oudtestamentische Psalmen als de
belangrükste bron voor onze kennis juist van den voor-
exielischen cultus 1). De pogingen om een psalm als b.v.
den 46sten - het voorbeeld van het beroemde lied ,,een
vaste burcht is onze God" - te verklaren uit de een of
andere bepaalde situatie in Israels geschiedenis zün niet
, geslaagd. Ook de eschatologische verklaring, waaraan nog
l GUNKEL in zijn nieuwen commentaar 2) de voorkeur geeft,
is onbevredigend: te duidelük worden de overwinning op
de duistere machten, de verlossing van het uitverkoren
1) MOWINCKEL, ]·’sal711e7zsz‘z¢¢z’z`e¢z ][. Das T/l1·07zberlczg‘z¢7zgny?·xfjahmklv mzzl
. dar (·`¢:rp¢·mzg der Eschaialagzk, Kristiania (Oslo), Videnskapselskapets Skrifter II,
Hist.·filos.Kl. 1921 No. 6. Zie voorts: H. SCHMIDT, Dir Tá1‘07;fah¢‘l]a/zves am
Fm! dar ja/lreszusrzzlc im alien Israel (Sammlung gemeinverständl. Vorträge 122)
` 1927; maar ook: G. QUELL Das /êzlllzlvc/Ee ])7'0á/E7/Z der Pm/zzzm (Beitr. zur
1 Wissensch. vom A. T., N. F., Heft 11) 1926. De Psalmen, die voor deze ,,cultische"
A verklaring vooral in aanmerking komen, zijn 47, 93, 95 - 100, voorts 0.a. Ps. 24
, en ook (volgens SCHMID'1`) de moeilijke Psalm 68.
, 2) H. GUNKEL, D2? Psalmen zilzemelsf mzzl 07*/ël«ï7*2’ (Göttinger Handkommentar
zum A. T.) 1926.