HomeNieuwjaarsfeest en koningsdag in Babylon en in IsraëlPagina 7

JPEG (Deze pagina), 711.48 KB

TIFF (Deze pagina), 7.58 MB

PDF (Volledig document), 29.92 MB

li
, 5 .
. tot een systeem van oud­Oostersche wereldbeschouwing,
waarvan hij den oorsprong en het middelpunt in Babylonie
zocht. Alles wat op aarde is of geschiedt heeft zijn tegen-
l hanger aan den hemel. Het aardsche is het hemelsche in
ë het klein: de mikrokosmos beneden komt tot in de kleinste
f onderdeelen overeen met den makrokosmos daarboven.
A Hetzelfde geldt van den kalender, den kringloop der tijden:
I de dag en de week, de maand en het jaar, de zeonen en
ten slotte het groote wereldjaar worden beschouwd als met
elkaar overeenkomende pendanten, die men zich het best
* kan voorstellen onder het beeld van concentrische kringen.
Zonder twijfel heeft V1N<:1<1.m< in menig opzicht met genialen
blik de problemen juist gezien en juist opgelost. Als werk-
‘ hypothese kan deze theorie nog heden uitstekende diensten
bewijzen; haar als uitgangspunt te kiezen en daarmede
tevens alle consequenties van dit ,,Panbabylonisme" te
aanvaarden. verdient geen aanbeveling.
Israël was voor VVïNck1.r;1<, vooral in diens eerste periode,
slechts een provincie van het wereldrijk; onbeschroomd,
· als vanzelfsprekend zouden de lsraëlieten de vormen en
uitdrukkingen der Babylonische wereldbeschouwing hebben
overgenomen. Hierbü werd echter een principieel verschil
j over het hoofd gezien. Het Babylonisme, zooals dit zijn
zuiverste uiting heeft gevonden in de Marduk-religie, is in
g zijn consequenties panthe`1'stisch en zijn goden zijn immanent;
" de leeken benaderden de hoogste godheid slechts door de
bemiddeling van vele hoogere en lagere goden en bescherm-
geesten; de Oppergod heeft zichtbare vertegenwoordigers
in den hemel en op aarde, priesters en leeken zijn streng
van elkaar gescheiden en ook in den cultus staat het ma-
gisch-sacramenteele op den voorgrond.
` Hiertegenover is het karakteristieke van het jahwisme
de transscendentie en het exclusivisme van het godsbegrip:
ä de opvatting van de Godheid als van een actieve persoon-
ll
.1