HomeNieuwjaarsfeest en koningsdag in Babylon en in IsraëlPagina 29

JPEG (Deze pagina), 794.58 KB

TIFF (Deze pagina), 7.67 MB

PDF (Volledig document), 29.92 MB

§ 27
de vereerders van Marduk vermoedelijk te vuur en te
Q zwaard vervolgd. Wat hij voor de Marduk-religie in de
, plaats stelde, was een nauwkeurige nabootsing van den
g Babylonischen cultus en mythus, van Babylon overgebracht
· naar de stad Assur, met den god Asur als hoofdpersoon.
> Het blijft imitatie, van oorspronkelijkheid is geen sprake.
` Met het epos der wereldschepping, waarvan bij de op-
gravingen te Assur groote stukken van het eerste en zesde
M boek teruggevonden zijn, hebben de Assyrische hoftheologen
het zich eveneens gemakkelijk gemaakt: de tekst bleef
. ongewijzigd en de naam van Marduk werd - hoewel niet
­ ii stelselmatig - vervangen door dien van Asur 1). Dat alles
1 maakt den indruk van een hervorming op hoog bevel, ‘
‘ zonder blijvende waarde.
j Ernstiger was de concurrentie der oudere goden. Over
het ritueel in den tempel van den ouden hemelgod Anu
· ' te Erech (Uruk) weten wij sedert de publicatie van
F. TUREAU­DANc1N bijna evenveel als over dat in den
ï Marduk­tempel te Babylon 2). Zonder bezwaar zou men
i lacunes in het ritueel te Babylon met dat te Erech kunnen
; aanvullen: ook hier werden de godenbeelden bij het nieuw-
A jaarsfeest in de maand Nisan en nog eens in het najaar
in feestelijken optocht rondgereden, en ook hier is de
aanwezigheid van den Koning verondersteld. Men vraagt
ï zich af: hebben beide feesten naast elkaar bestaan? De
1 " teksten uit het Louvre, door THUREAU­DANG1N ontcijferd en
gepubliceerd, zum uit het tijdperk der Seleukieden. Uit de
nieuw-babylonische periode, ongeveer drie eeuwen eerder,
« weten wij, dat ook de standbeelden der godinnen Nanài
i en Bêlit van Erech (of Uruk) op het nieuwjaarsfeest langs
1) Vgl. H. ZIMMERN, Ma¢·dz¢ès (Elli/s, Asszzrs) Geáuri im bzzbylazzzkchm
j Welfschäpfzmgscjáas (in: Mitteil. d. Vorderasiat. Gesellsch. 1916, p. 213-25).
Aäur werd bovendien vereenzelvigd met A7z­§m~, een der oudste goden.
j 2) F. THUREAU~DANGIN, A’z'meLv aemdzèm (1921), p. 61-125.
3 .
l
l