HomeNieuwjaarsfeest en koningsdag in Babylon en in IsraëlPagina 28

JPEG (Deze pagina), 803.71 KB

TIFF (Deze pagina), 7.67 MB

PDF (Volledig document), 29.92 MB

i
E
. r 26
In een hymne, eveneens uit Assur, worden de verschillende
lichaamsdeelen van Ninurta vereenzelvigd met de overige
goden. Ninurta was dus voor bepaalde kringen, vermoedelijk ,
vooral in Assyrië, de alomvattende Godheid, en Marduk t
werd, zoo al niet met den nek aangezien, dan toch slechts
vereenzelvigd met ,,Ninurta’s nek"1). .
Zooals wij gezien hebben, was volgens de riten en mythen
van het Nieuwjaarsfeest N ebo, de god van Borsippa, de
verlosser van den lijdenden Marduk. Misschien beteekende
dit een tegemoetkoming aan een richting, die dezen jongeren
god in de plaats wilde stellen van Marduk. In Babylonië .
schijnen de vereerders van Nebo vooral verspreid geweest -
te zijn ia de kringen van den middenstand, voor wier gevoel ·
Marduk in zijn koninklijke verhevenheid te ver ging afstaan. ï
Dat de Assyriërs wel eens reeds om politieke redenen bereid
waren deze beweging te steunen, is begrijpelijk. Zoo lezen i
wij b.v. op een standbeeld van dezen god, opgericht door A
i een Assyrischen stadhouder, de vermaning: behalve op
Nebo op geen anderen god te vertrouwen. De koningen
der Chaldeeuwsche dynastie beschouwden Nebo als hun eigen i
beschermgod, naast Marduk. In de inscripties van Nebukad­
nezar is het bij gelegenheid zelfs twijfelachtig, welke van J
beide goden met den ,,Koning der goden van hemel en
aarde", die het lot der menschen bepaalt, bedoeld is 2). i
De Perzische overheersching heeft aan deze beweging ten i
gunste van Nebo een eind gemaakt. `
Asur, de nationale god der Assyriërs, was ondanks den V
uiterlijken schijn geen ernstige mededinger. De militairistische A
Assyriërs waren onzelfstandig op het terrein van het geeste-
lijk leven. Als zij den dienst van hun krijgsgod aan de onder-
_ worpen volken oplegden, dan geschiedde dit om politieke P
redenen. De koning Sanherib heeft Babylon verwoest en
1) KARI NO. 102, i·. 24. ·
2) Vgl. PALLIS, ez. 20., p. 194 v.

l
l
Q l