HomeNieuwjaarsfeest en koningsdag in Babylon en in IsraëlPagina 27

JPEG (Deze pagina), 809.00 KB

TIFF (Deze pagina), 7.66 MB

PDF (Volledig document), 29.92 MB

r
V ‘ 25
i karakter van het Babylonische scheppingsverhaal werd reeds
. door M. jAsTRow in 1906 aangetoond 1). Inderdaad zijn
;_ brokstukken uit oudere mythen bewaard gebleven, afkomstig
l° uit het Sumerische tijdperk, waarin Ea als de wereldschepper
ïï en bestrijder van Apsü optreedt of waarin het werk der
schepping uitdrukkelijk wordt toegeschreven aan Anu en
aan al de groote goden. Vooral Ninurta, de oude krijgs-
á god der Sumeriërs, moet onder deze voorloopers en mede-
ï dingers van Marduk met nadruk worden vermeld. In een
liturgischen tekst uit het Sumerische tijdperk wordt deze
X od e rezen als degene die met dezelfde wa ens die in
g g P D 7 P J
het epos aan Marduk zijn toegeschreven, de gedrochten
1 der onderwereld bestri`dt en overwint die daarna de wereld
j .l >
rondvest en tot wiens eere het feest wordt gevierd. Ninurta
j g Z)
of de met hem nauw verwante goden Tispak en Lugalmarda
zijn ook degenen, die volgens andere mythen den draak
Labbu hebben bestreden en die aan het gevleugelde monster
Im-Dugud of Zü de geroofde tafelen van het noodlot weer
hebben ontworsteld, nadat andere goden zich aan dit twee-
gevecht hadden onttrokken 2).
Deze krijgsgod Ninurta (of Nin­ib, zooals men zijn naam
vroeger placht uit te spreken) stond büzonder in eere bij
de krij gshaftige Assyriërs. In het groote dichtwerk Laga/-2 mi
me-/am­áz` nz?-ga/, waarvan in de oude Assyrische hoofdstad
fragmenten zijn teruggevonden, wordt hij verheerlijkt met ‘
dezelfde bewoordingen, die volgens het Babylonische epos
i der wereldschepping alleen aan Marduk zouden toekomen 3).
l 1) In de Orzêmf. Studzkvz T h. /i’ö/deA·z· gazuzkizzzel, vol. II, . 969-82. Zie
, PP
ook M. JASTROW, Axpccts qf we/zfgzbzzs áe/zg' 27: Baby/wzzkz and Arr;/rzh (1911),
p. 100 f: ,,NVhat in one version was ascribed to Anu, in another to Ninib
(=Ninurta, B. ), in a third to Enlil and in a fourth to Ea, is in the Babylonian
j version ascribed to Marduk."
i 2) Zie: S. LANGDON, The Rab. Ejxzis zy" C7'L’6Z/Z'07Z, p. 18 vv.; A. PALLIS,
j a. zu., p. 187 v. De teksten: GRESSMANN-EBELING, a. 10., p. 138 v. (Labbu),
ä 141 v. (Zü).
ë 3) KARI No. 13, 15, 17. Ziet M. WITZEL, Der Dnzche2zkáwzpyQ·rNzäziá (1920).
n