HomeNieuwjaarsfeest en koningsdag in Babylon en in IsraëlPagina 26

JPEG (Deze pagina), 809.75 KB

TIFF (Deze pagina), 7.66 MB

PDF (Volledig document), 29.92 MB

ï
i 24 V
noch van eenheid. De strekking is om Marduk als den
Oppergod in de plaats te doen treden van de overige goden.
De consequentie van een antithese tusschen Marduk en de gl
andere goden hebben de Babyloniërs niet getrokken. Evenals
de aardsche koning door zijn familie en hofhouding bleef
Marduk omstuwd door een kring van lagere goden. Men
heeft willen spreken van monotheïstische stroomingen in
dezen godsdienst. Dat is slechts in zoover juist, als andere
goden bij gelegenheid met Marduk in zijn verschillende
eigenschappen en hoedanigheden vereenzelvigd werden. Een
naijverige God, die geen andere goden naast zich zou hebben
geduld, is Marduk nooit geweest.
De lVlarduk­religie was gedurende al de eeuwen van Israëls
zelfstandig volksbestaan de sterkste, evenwel geenszins de
eenige factor in die oude cultuurwereld. De overige goden
hebben aan Marduk het rijk niet zoo gemakkelijk alleen
i ‘ gelaten als dit op grond van het epos der wereldschepping
en het ritueel van het Babylonische Nieuwjaarsfeest zou
kunnen blijken. Er is spanning geweest en strijd. In een 2
godenlijst, die oorspronkelijk uit het Sumerische tijdperk
en uit Sumerische kringen afkomstig moet zijn, krijgt de
god Marduk kort en bondig het predicaat van ,,°s lands
vijand”. Voor de Sumeriërs was hij de god van de uit het
Noorden en Oosten binnengedrongen Semieten, die hun
oude beschaving bedreigden 1).
Maar er is meer. Als wij het epos der wereldschepping
-­­- zooals wij dit kennen uit de bibliotheek van Assurbanipal
en uit Nieuwbabylonische fragmenten - ontleden met het
mes der kritiek, dan blijkt, dat dit groote dichtwerk geen
eenheid is, maar een stelselmatige bewerking ,,in majorem
gloriam lVlarduk", waarbij deze de plaats heeft ingenomen
van de oudere goden Enlil en wellicht Ea. Dit saamgesteld
1) Zie: P. JENSEN, illardzzk Gzzdzözw az'11 Z.lZ7Zd€.S_/èl'7Zll7.: .... , in: Orient.
Lit.- zeit. Febr. 1924, col. 57-62.