HomeNieuwjaarsfeest en koningsdag in Babylon en in IsraëlPagina 24

JPEG (Deze pagina), 797.28 KB

TIFF (Deze pagina), 7.64 MB

PDF (Volledig document), 29.92 MB

` 22 Q
het geheele feest werd aangeduid. Koning Sanherib, die den
Babylonischen cultus naar Assur wilde verplaatsen, heeft ook 4
hier een Fil Aèêiu, waarschünlijk naar Babylonisch voorbeeld,
doen oprichten. Dit gebouw werd door ANDRAE opgegraven.
Het was gelegen in een park vol prachtig geboomte, waar
waarschijnlijk duizenden in spoedig opgeslagen hutten ·.
konden overnachten, rondom het huis van den god. De 5;
deuren van dit heiligdom worden in een der opschriften
van Sanherib beschreven 1). De koning zelf was daarop
afgebeeld, hoe hh in de gedaante van den god op zijn T
strüdwagen, omgeven door den stoet der overige goden,
ten strüde trok tegen de machten der duisternis. Dit moet
dan ook het onderwerp van de dramatische opvoering i
geweest zijn, die op den tienden dag in deze feestzaal
plaats heeft gehad. De koning vervulde hierbij pantomimisch
de rol van den god zelf. Van deze tweede pantomime,
waarvan de held niet meer de lädende, maar de strijdende
en overwinnende god Marduk geweest is, getuigt een
andere tekst, weer in den vorm van korte mythologische
toelichtingen 2). Het hoogtepunt is het verbranden van
Kingu, voorgesteld door een brandoffer, dat in vlammen
opgaat. Ook de wapenrustingen der overwonnen vijanden,
worden verbrand en wellicht ook de vijanden zelf, indien
zij door poppen werden voorgesteld. Het vuur speelt een
groote rol; men laat raketten opstijgen en schiet met
brandpijlen: het is het feest van het nieuwe licht, na de
overwinning van den winter en de duisternis.
Thans kan Marduk als triomfator naar zijn stad en zijn
tempel terugkeeren. Drie dagen had hij in het onderaardsche
vertrek van den tempel vertoefd, waar zijn lijden werd
1) K. 1356; laatste editie: PALLIS, a. zw., pl. III en IV; laatste vertaling:
EBELING, zi. zu., p. 132 v. _
2) K. 3476; laatste editie: PALLIS, a. zu., pl. V-VII; vgl. reeds ZIMMERN,
Zum. baá. Nezqëzhrtvfesi, 1. Beitrag (1906), p. 127 vv.