HomeNieuwjaarsfeest en koningsdag in Babylon en in IsraëlPagina 20

JPEG (Deze pagina), 795.90 KB

TIFF (Deze pagina), 7.77 MB

PDF (Volledig document), 29.92 MB

l
let
j;
. i 18
Deze verklaring ligt meer voor de hand dan de parallellen
1 uit de lijdensgeschiedenis in de evangeliën, die door ZIMMERN ll
werden aangehaald. ¥Vaar in den Babylonischen tekst b.v. E
sprake is van een godin, die het zorgvuldig bewaakte graf
zoekt en die daarna bij den uit het land der levenden
verdwenen god vertoeft, dacht hij aan Maria Magdalena, lf
en bij den ,,misdadiger", die met Bel gedood schijnt te
worden, aan de moordenaars aan het kruis. 1) Wat deze
moordenaars betreft, zou men trouwens ook aan de beide fi
kunstig bewerkte poppen kunnen denken, die volgens het l·
boven vermelde rituaal op den Zden Nisan gemaakt en op
den óden Nisan, blijkbaar na een vonnis der goddelijke
rechtbank, onthoofd werden. Maar in de pantomime is in
dit verband naar het schijnt slechts sprake van het slachten
van een mannetjesvarken, dat in de mythologische toelichting
van den ritus vereenzelvigd wordt met den moordenaar
van l«larduk.Q) Ook hier zien wij ons verplaatst in den
. gedachtenkring van de Tammuz­Adonis-mythen. Niet aan
den moordenaar aan het kruis of aan Maria van Magdala
‘ moeten wij denken, maar aan den ever, die den jongen
Adonis doodt, en aan de godin lëtar, die door de zeven {
poorten der hel gaat, om Tammuz te bevrijden. Een »
rechtstreeks verband tusschen het passiespel bij het Baby- i lg
lonisch nieuxxjaarsfeest en het lüdensverhaal der evangeliën
is volgens onze overtuiging niet aanwezig.
l)e toestand op den 5den Nisan, het dieptepunt der `
plechtigheid, is dus deze: Marduk is naar de onderwereld i
afgedaald (symbolisch voorgesteld door een onderaardsch
vertrek in den tempel) en ook zijn aardsche vertegen-
woordiger, de koning, is van zijn waardigheid ontdaan. .
Hemelsch en aardsch bestuur zijn omver geworpen, de
ïl
l
1) H. ZIMMICRN. Zzwz ázzá. -V0zz;`ah7‘.§72’.vt, 2. Beitr., p. 12 v.
2) Zie THUr<EAU­I)ANGIN, cz. 21/., p. 132 v. en KARI. No. 143,r.20(?),24,4~l.

gi
l

oa