HomeNieuwjaarsfeest en koningsdag in Babylon en in IsraëlPagina 15

JPEG (Deze pagina), 720.83 KB

TIFF (Deze pagina), 7.61 MB

PDF (Volledig document), 29.92 MB

t .
13
, Hetgeen volgens dezen mythus aan den aanvang der
dingen in de wereld der goden geschied is, wordt jaarlijks
herhaald in den _cultus. Telkens op het nieuwjaarsfeest, in
het vroege voorjaar, als de winter overwonnen is en met
A den nieuwen kringloop der jaargetijden een nieuwe schepping
V begint, trekken de godenbeelden in feestelijken optocht naar
Q den tempel van Marduk te Babylon, en huldigen hem als heer
" der schepping en vieren het feest der troonsbeklimming
van Marduk en van zijn aardschen vertegenwoordiger, den
koning. j
( De feitelijke verhouding tusschen mythus en cultus is
andersom geweest. De oude voorjaarsriten zijn het primaire,
U hiervan getuigt het cultische lied, waarin het jaarlijksche
sterven en herleven van de natuur wordt bezongen. ln den
mythus wordt dit alles verplaatst naar den aanvang der
A I schepping: de overwinning van de jonge zon over den
winter werd toegepast op den veronderstelden grooteren
kringloop der tijden, die met de schepping van hemel en
aarde begon 1). Maar nu heeft de mythus op zijn beurt
invloed gehad op den cultus. In den cultus werd het groote
gebeuren aan het begin der eeuwen, waarvan de mythus
j verhaalt, nagebootst in de overtuiging, dat deze sacrale
handeling haar uitwerking op de herleving der natuur niet
zal missen. Volgens de redeneering der oude Babyloniërs
is juist het vermeende feit, dat lV[arduk aan het begin
der eeuwen de overwinnaar van de duistere machten en
de schepper van het leven is geweest, de waarborg voor'
de verwachting, dat hij dit ook in het aanstaande voorjaar
zal blijken te zijn.
j 1) Ook A. VVENSINCK, Y%z· 5211zz`z‘zL;·'az0 l'm2‘zz2zz2’z%z* ()1‘zlgmQ/`Esrtha/zz/u_,g>;1’
1 (in: Acta Orientalia, Vol, I, 1923), p. 169 v. beschouwt de riten van het nieuw-
, jaarsfeest als het feitelijk primaire. ,,The creation that they witness is projected
. back into primeval times. Thus have arisen cosmogony and cosmology". Deze
; opvatting wordt met instemming aangehaald door H. SCHMIDT, a. 10., p. 8 f.
i