HomeOntmoetingenPagina 28

JPEG (Deze pagina), 546.02 KB

TIFF (Deze pagina), 6.44 MB

PDF (Volledig document), 19.19 MB

lif t
lf Vl.
li, Q
gr t M
IN DEN AVOND

, DES AVONDS buigt mijn loome mijmring over ‘
Naar haar, mijn lief, en naar heur stil gemoed:
_ ,_ Zoo nijgt een boom soms wel zijn bronzen loover
A2 , Over het koele water aan zijn voet. I:
l T
F En ik word droef. Want derft mijn ziel den toover F
Dier lieve stem die 't wrangst gemis verzoet
~ _ Dan welkt mijn trots en ben ik naakt en poover,
l Alleen verschroeid door fellen hartstochtgloed. E
1, ` `
Q Dan troost mij niets en schrei 'k in bange klachten t
N j ii De helsche pijnen mijner angsten uit, N
1~ Dan streelt mijn smart de somberste gedachten,
‘;.ï
`fl Tot mij de slaap de brandende oogen sluit
jg Q Om eindelijk mijn wezen traag te omnachten
g Met zwaren droom, verscheurd door geen geluid.
E- 1 ,
*‘ `

ä j ll;
{jr 24 j
l
. i ,
êf