HomeOntmoetingenPagina 19

JPEG (Deze pagina), 620.28 KB

TIFF (Deze pagina), 6.46 MB

PDF (Volledig document), 19.19 MB

‘ W ‘ .

DE EENZAME
I, l v' i
Moeder, hebt gij dees foltring dan gewild, Kl; =
Moet ik om u den barren nacht vervloeken?
Ik vind geen rust zelfs in de schoonste boeken, jl _
Niets is er dat mijn dof gekerm nog stilt. i_
Gij smaaddet haar: toch was zij lief en mild. l
Gij deedt ons de onherbergzame oorden zoeken Q ""’* z ?‘
Waar ze eindlijk stierf. ­·· Moeder, zal ik u vloeken ‘
·Nu weêr mijn droom bij 't wreed herdenken rilt? ï
Ach neen, dit bitter leed kan niets verzoeten, _, " `
Alles wakkert den brand der angsten aan: ·
Het is een hel waarin mijn ziel moet boeten.
En toch: den dood durf ik niet binnengaan ; ik _
Want ook daar zal 'k dat bleek gelaat ontmoeten l 1
Dat eindloos schreit om pijnen droef doorstaan. _ V A
al ï

x * fill l',,
·-f: "^ " ' ~‘·~' `