HomeEnkele gedichtenPagina 9

JPEG (Deze pagina), 508.47 KB

TIFF (Deze pagina), 5.70 MB

PDF (Volledig document), 15.33 MB

_ · I U . nl ‘ »A· .- _.
Ten morgen waar de teedre lichten waden II.
Door bleeken damp der doode zonnebruid
Alsof zij noode en schromend nader traden
Daar gonst hun toe een huivervreemd geluid.
Want van de klamme schrompelige huid
Wijkt langzaam af de kille nachtewade:
En 't gulzig wroetend leger van haar maden
Komt talloos bij het koestrend gloeien uit.
Langs 't kunstig wijdgespannen lijnenrag
Uit diepe schacht en uitgehouwen raten
Gaan rustloos door den zoelen zonnedag
De vele duizenden van hare vraten. °
Zij garen voor het somber doodsgelag
En bouwen hunne steden, stichten staten.
· 5
k
á' 4 . ..._ 4 _ j I ­- ~ K