HomeEnkele gedichtenPagina 26

JPEG (Deze pagina), 504.37 KB

TIFF (Deze pagina), 5.79 MB

PDF (Volledig document), 15.33 MB

~ In nn*_____n.._r-,.,...r_...i-r. --- rw- anw" in zo nu t in , C
li
XIX. Ze gaan met moede hongerige oogen
` En ieder eenzaam met zijn wrangen lach; ·*
i Huns ondanks naar een lichte kern getogen gj
I En jachtend naar den zieklijk bleeken dag
‘ Van kunstlicht die hun lusten kon gedoogen
g En magisch om de koortsge straten lag:
te Verdoemde zielen die te leven pogen ‘
; Als 't eene lijf het andre warmen mag.
L ` I
I Waanzinnig volk van vreemdbegaafde mieren I
ik Dat zwoegend door zijn eigen hel krioelt j
i In steenen raten waar de raadren gieren
1
E En 't water ziedend door de ketels woelt.
` En geelgroen stijgt uit 't nest der ziektedieren li
Een giftig lauw bederf in dè avondkoelt. · I
­ a
· l