HomeEnkele gedichtenPagina 22

JPEG (Deze pagina), 482.36 KB

TIFF (Deze pagina), 5.81 MB

PDF (Volledig document), 15.33 MB

XV. In pure kou van barren winternacht
Ligt heel de grillig uitgepuilde groei J
Der klamme monsters uit een lauw gebroei
Gestolten in de koude avondpracht; ?
En kale stronken torsen vreemde vracht äl
t Van rag kristal als roerloos donzen bloei. ‘ r _
'n Cadaver bleef verstard na 't wulpsch gestoei l
Wij1’t om te rotten op de lente wacht.
Maar als een vuurge wond glanst in het duister
Een kille hel van bleeken phosphorschijn.
Daar torent hoog op in lugubren luister _ r
ï Architectuur van angst en stervenspijn; in
En in de lauwe hallen binnen huist er J
De parasiet van 't scheppende venijn. j
ik l 18 ­
, I; T- _ 4 g g