HomeEnkele gedichtenPagina 17

JPEG (Deze pagina), 526.52 KB

TIFF (Deze pagina), 5.79 MB

PDF (Volledig document), 15.33 MB

i i i = · ‘.. , t .·. r tr- .,
l ‘ De hoop van bloesemgeur op oude tronken, X.
j Het droeve heimwee na het zonfestijn
j Als de eerste sterren in den avond blonken,
Een zweem van leed, een zweem van stervenspijn,
- Zijn in haar wezen tot een ziel bezonken.
J t En uit der zonne purpren morgenschijn A
Is haar het blozend roode bloed geschonken
Als in een matte kelk de vuurge wijn.
Een priester die profane gunsten werft,
lï · Die schennend bidt voor d' allerhoogsten troon
F En dan zijn lusten pleegt ten Goden hoon,
j Keert, als hij vluchtend door de hallen zwerft, l
E Als 't daglicht aan 't verkrachte altaar sterft,
En weent: Maar waarom waart gij ook zoo schoon?
13 E
¤ïv" V -·v· ·. .. i .~ - ‘