HomeEnkele gedichtenPagina 13

JPEG (Deze pagina), 498.59 KB

TIFF (Deze pagina), 5.73 MB

PDF (Volledig document), 15.33 MB

3
l
l .
l Om 't woekrend kruid dat aan de ster zich voedt; VI.
De wateren die aan haar polen vroren; ·
Om 't reine licht dat smartelijk verbloedt
In neveligen hoon tot morgengloren;
l Om 't bleeke wee der zilte zeeën doet
_ Vertoornd de Godlijkheid zich hooren.
j En leven wekkend in gedrochtlijk broed
j Werd toen de ziel van haren vloek geboren.
Zoo, angstig siddrend in zijn lustig vleesch,
l Doolt door den killen hof van zijn ellende
De schuwe geest verlaten als een wees
Langs wonderlijke wegen zonder ende;
j En God hoont hem in zijne vrees
j Als hij vergeefs zich tot een vader wendde.
9
­