HomeEnkele gedichtenPagina 9

JPEG (Deze pagina), 954.65 KB

TIFF (Deze pagina), 9.54 MB

PDF (Volledig document), 21.55 MB

‘ { `
, sg
l weerzong de rots, en dof gesmoord geluid ?
sprong van de rulle aard: daar botte de eerste spruit.
En mèt het licht nam toe en spande een regenboog
j daaronder schoot het gras en ’t plantenrijk omhoog
j snel sprietende van groen en zwierende van twij gen ‘
j die in hun vaart reeds bloem en bladeren krijgen {
’ï en trillende in dien gloed sidderend te groeien staan
uit schaduw, ritselend van ander nieuw bestaan. jj
{ Zoo is dit al geschied, den duur van eenen droom *`
gen en in dienzelfden tijd verhief zich de eerste boom, F
langzaam, als ware er hier, in ’t oogenblik verrezen r, · .
onthuld een machtiger en onbekender wezen i
met trossen groen bezwaard, met ranken uitgelezen,
als in een nis van licht gevormd, als in een mist
j ontstaan, aanwezig, voor het zelve wist
j dat het geschapen was. Dan, aan der takken dracht
j °t verborgen blad ontkrult zich, wuivende de pracht
zacht der waaierpalmen steekt haar luister in den wind [ Q
chtig en naast ’t verschenen woud, naijverig gezwind
l trekt ’t gras en elke plant de allereerste sappen té
en stijgt en groeit en geurt, zoodat de stengels knappen j
` en knikken van gewicht, maar andere daarnaast ¥
opschieten ranker, fel, in wildernis en haast
1 tot alles is volgroeid en °t water andere wegen
>men te stroomen vindt, dat overal gestegen . gj
, langs donkere wortels woelt en ondermijnt en velt
later i en in dit schaduwrijk heerscht met een nieuw geweld. 4
s *
l
~ lf

a
F
' /