HomeEnkele gedichtenPagina 26

JPEG (Deze pagina), 916.04 KB

TIFF (Deze pagina), 9.70 MB

PDF (Volledig document), 21.55 MB

r " · - Y ­ ~ Y - ~vr*e~ ~»»-­«~-­»~v--­-v-­­--·-·­vv­~­~­v·~­•-vw•; ~`,,ï.,,-,
è
‘ EenVlam, III. OE is het, dat ik mij hier bevind, *
T over dit landschap van bosch en wind
, waar geen vogel een rustig nest in vindt,
zwevende in dit vernieuwd vermogen ä
om de aarde te zien met verklaarde oogen; I
om de wereld te weten als lang vergeten i
en van geen wind meer de kracht te meten j
en den blaauwen storm van de lucht te vieren
‘ in zijn eigen kracht en zijn eigen zwieren.
Ik weet niet of ik gestorven ben,
I ik weet dat ik niet op de aarde ben,
dat ik alle landschap der aarde nu ken
i waar ik voortaan vertrouwde en vreemdeling ben.
, Maar wat is mij geschied dat ik nu en later E
vg te zweven hang als een meeuw op het water
P en mijn oogen niet voel die mijn oogen waren
en mijn lippen niet ken die mijn lippen waren.
En hoe lang zal de stilte die met mij is
I mij beschermen in deze duisternis?
i Een wolk werd ik niet en geen ster werd ik hier
maar boven een landschap mijn vaart ik vier:
s een onzichtbare vogel, een vrije ziel j-
waar de wereldsche kleur en vorm van viel.
l j , En nu ik die woord en heb gezegd
wordt een droomerig zwijgen mij opgelegd
I ` opdat ik niet spreek van wat al te zeer A
T moet verborgen zijn en zoo keer ik weer;
2 2 j
~ è


i ?i # « ;, · ;¢ i