HomeEnkele gedichtenPagina 21

JPEG (Deze pagina), 774.75 KB

TIFF (Deze pagina), 9.75 MB

PDF (Volledig document), 21.55 MB

D IAN A, uit een holle rots, bespiedt Diana.
haar heuvelachtige, beschenen jachtgebied.
)gCI1. {
Dáár, in de rots, ter donkere alcoof,
glinsterend van wijngaardloo£
. waarlangs het water schiet, i
in schemerige nis achter ’t vergulde blad
’ ligt, trillend van het bad,
j die jageres en ziet
naar wat omlaag ter wereld al geschiedt. ‘«
Fl, Dààr, met den weerschijn van het waterflaauw verlicht,
[ glanst haar gezicht.
{ Daar ligt haar smalle hand, ter ranke ribben pracht
gesteund, en achteloos, de slanke speelsche voet
. plast, in dien halven nacht
F CH lit water OI1V€I'W2.Cl`.lt
F wit schitterend springen doet.
I
l Het ZWRITC l`1213.1',lI'1 l3.I1gC dllI1I1C SU°CI'1g€I'l,
i ligt op het vochtig zand
Y verspreid, en langs den rand J
E der rots in °t water sliert {
en leeft, als waar ’t een nieuwe waterplant,
¥ g • • • "Y .
waar t in de heldere diepte van die sprengen . gg,
beweegt, en zwiert.
b r 7
l
i .
i
i ’
3 ·