HomeEnkele gedichtenPagina 20

JPEG (Deze pagina), 699.53 KB

TIFF (Deze pagina), 9.74 MB

PDF (Volledig document), 21.55 MB

_ v Y Y ~ -­­­­--­-« ~~·-­­- -­­--­­-«­­-­­­­~­­­·-­·­­
En Adam nadert reeds, bevreemd van aangezicht i
daar Eva niet bewoog, zich niet heeft opgericht,
maar staart naar waar hij loopt met groote vreemde oogen.
De schaduw van den boom, daaronder Eva sliep
ï<5`% . . . . . .
1S weder st1l verlicht, alleen, een r1tsel1ngl1ep ,
door het gebladerte, alsof daar plotseling
een dier het snel verliet, dat elders vluchten ging. ’r
En 3.Cl1ICCl` Adam 3311, hoog 212111 dC1'1 hOI'lZOI1, i
daalde een snelle wolk beschenen door de zon
ä ,, 3 3 · ,
,3 daar1n een glinstermg scheen,·het zwaard van Gabriel,
Gods naderende straf over ons aller spel. i
l
s
ä
l
< ,,s