HomeEnkele gedichtenPagina 18

JPEG (Deze pagina), 857.32 KB

TIFF (Deze pagina), 9.75 MB

PDF (Volledig document), 21.55 MB

tenger en glanzende, daaronder 1S gesteld
een zachter glans, en een verscholen bron;
waaronder dan alweer een dubbele glans begon
tot aan der knieën rust, waartusschen ’t licht zich spon.

Alsof zij had gebaad, zoo welbehagelijk sterk
is Eva hier, ontwaakt. Dan doet de droom haar werk. `
Ach Adam, wandelaar, op uwen rijkdom prat
haast uwe schreden toch, of gij verliest dien schat.
ëje
Want Eva is ontwaakt en met haar bloed vangt aan ‘
xx een warm en welig gif de aderen door te gaan. +
En starend ziet zij aan hoe vreemd haar eigen huid
vochtig en parelend wordt. Dan, huiverende, sluit
het brandend bruine oog, verlangen is gewekt
en ’t is om Adam niet, dat zij de armen strekt; ;
zij rekt ze leeg omhoog, het donkere loover tegen,
een lust, zeer ver van hem, gaat haar welhaast bewegen
te omvatten al wat is en al wat niet kan zijn
niet meer de liefde alleen, maar allen lust en schijn `
die God de Heer voor eeuwig heeft vereenigd
in liefde alleen, zoodat zij enkel lenigt
wanneer zij wordt erkend een deel van God te zijn.
. is
Dit zegt die stem alweer, met haar geheim venijn:
I4
; ‘ï.
i W
ï
E ;