HomeEnkele gedichtenPagina 13

JPEG (Deze pagina), 912.33 KB

TIFF (Deze pagina), 9.56 MB

PDF (Volledig document), 21.55 MB

|§»
j lt
En Adams zijde klopt, en ook zijn hart, zijn adem
ld gaat sneller in de lucht, een lichte, ijle wadem, i
n, als hij dien drom gediert, in stoeten zonder end,
recht op zich toe ziet gaan en aan het firmament
de snelle wolk bespeurt van donkere vogelzwermen.
De dieren zien hem aan, een Goddelijk ontfermen lj il
stroomt hem in ’t hart, dat stokt, en zoo stokt ook de adem. j
De dieren naderen hem, hij voelt zich haast verloren. i
Gelijk, van hoef en klaauw en voet en vogelsporen ‘
aanhoort hij een gedreun; zij treden in de maat i ;
n, gelijk een legerschaar, die in drie strij dkolommen
bij ’t eerste morgenlicht de heuvelen heeft beklommen
en tot een overzicht voor haren veldheer staat
cht, met duizende oogen naar den meester uitverkoren,
e; gestuwd door streng beleid en macht der oflicieren
zóó, deze driemanschaar van al de vele dieren
ren. gestuwd door Godes wil ten Adams morgengang,
verscheen, en zag naar hem en dreunde van gezang T
en stampte op de aard’. Hij hief de glanzende oogen,
daar zag hij deze wolk van vogelen aangevlogen, j
' dalende waar hij stond met hun geweldig zwieren. g
De groote vogelen, stilstaande in de lucht
op hunne vleugelen, wachtende en geducht, _ {
j zagen hem allen aan, verduisterend het licht,
ik rechtstandig in de lucht, recht voor zijn aangezicht:
9
t