HomeEnkele gedichtenPagina 10

JPEG (Deze pagina), 959.82 KB

TIFF (Deze pagina), 9.54 MB

PDF (Volledig document), 21.55 MB

r
• · . j
· Toch was er zoo gezaaid, dat menige vallei
van beken blinkende, van zware bosschen vrij
l l C C l I O I l
I11CtS borg dan liefehjks, en zich van zij tot zij
wiegde van bloemen, blaauw en rood en wit
en geel, die als de zon, en bruin, die als een dier
evlekt en linsterende die als een zeester waren
ui; g ’ ’
van water glanzende, de sterren ook verwant '
verschillend en gelijk als vonken van één brand
als gloed van éénen droom, als dieren van één land
elk naar zi`n aard en laats- zoo za men hier
.. , J . . P .’ .g . .
bij t water in het riet de violette lisch, en elders een gel1d ;
van witte leliën, waarnaast zich dringend scharen
de goede margariet die steeds schijnt rond te staren
vanuit haar lichten krans, en de vergeet mij nieten Q
die met een blaauwe schacht uit hunne bladeren schieten,
. . §
al knikkende, en verfrommeld 1n den knop
PRE • M
de zware roos ontsproot en stengelde zich op
en slingerde zich door haar scherpe dorentwij gen
en hing haar bloemen neer, en ging haar bloemen neigen
van al te zwaar gewicht, tot met een nieuwe kracht g
al °t kno en sti`f in staan en u d h re acht
fi pp jgg , vowea pr j
gloeiend en vurig open als stierf zij bloeiende. `
Alom een geur van gras en water, groeiende
steeg op en geurde meer en steeg. Als ware er in de lucht
windstilte en kolken zoo boven dit aardsch erucht
hy, · D D . g L
zwierde en wentelde een kring van dampen om
6

ka
*2