HomeDe zwerver spreekt en andere gedichtenPagina 9

JPEG (Deze pagina), 690.13 KB

TIFF (Deze pagina), 8.50 MB

PDF (Volledig document), 31.50 MB

»
E

N DEZE VERZEN SCHUILT, OP VER-
_ scheidene plaatsen, een psychische teêrheid van
in­voeling, zooals de allerbeste lyrische dicht-
kunst moet bezitten, een teêrheid, die geheel en F
_ al zich­zelve weet te blijven, zonder tot week-
_ slapjes doende vaagheid te verdoezelen, want
die zelfwillend erin slaagt, om de wezenlüke waar- Q
V j nemingen, het reëele vast te houden, waardoor zij
eerst waarlijk tot leven kon komen en dat zü dus
i uitzeggen wil. i
j En daarom treffen verzen­als-deze den voor dicht- ‘
i kunst inderdaad ontvankelijke veel sterker en p
voortdurender dan een zich op heel wat verdren i
` afstand van het innerlijk des schrijvers zoowel als
van dat des lezers houdende vers-kunst dit vermag, E
die met groote maar wel wat eentonige gebaren
zich breed­zwaaiend voortbeweegt langs de slagen x
van den rhythmus, eenigszins alsof zij te kennen X
wou geven: ‘zie je wel, dat ik er ben ?’ ?
Ja, de verzen van JAN VETH naderen op veel ·
korteren afstand dan door al die deftig­ernstige, , b
zoogenaamd­diepe gedachte- gedichten gedaan
wordt, het alleronzegbaarste, dat in ons diepste zijn
leeft, maar dat aarzelt om naar buiten te komen, en

4 ,
`
«