HomeDe zwerver spreekt en andere gedichtenPagina 44

JPEG (Deze pagina), 603.55 KB

TIFF (Deze pagina), 8.56 MB

PDF (Volledig document), 31.50 MB

IN DEN OORLOGSTIJD I.
NON VICTA.
Geweld en Moedwil waren op den hoogen
Throon Belzebubs gestegen; aan hun voeten
Lag de geslagen Schoonheid. Wreede stoeten “
Van slaven stonden rondom - onbewogen.
X
Branden, wier schijnsels flakkrend opwaarts vlogen,
Vlamden verschrikking. Honden kwamen wroeten
_ En ’t heilge tempelpuin; zij lekten bloed en
Nergens was eerbied meer noch mededoogen . . . i
Toen hief de Schoonheid zich en sprak: Gij telgen
·­ . Van euvle kracht en lust die wild gedijt,
K
Gij kunt in vierige victorie zwelgen, i
Knechtende waar gij oppermachtig zijt, -
z
En zoo mijn aardsche tenten wel verdelgen, j
Maar nimmer mijner zielszucht eeuwigheid!
t
I
r 39
@
-.1 Url` "" -·*·* ··· . ¤ Y [ ·· , . _, _ _ ___,,_ gd __