HomeDe zwerver spreekt en andere gedichtenPagina 42

JPEG (Deze pagina), 611.41 KB

TIFF (Deze pagina), 8.56 MB

PDF (Volledig document), 31.50 MB

A
s P A R s A rv. l
{
DE VEROORDEELDE. A
Droomloos en doof had ik geslapen tot
De priester kwam, ’t getralied raamvak zeefde
Loom licht omlaag. Een bleeke dag verdreef de ”
Zwevende onzekerheid over mün lot.
l
Nu hoorde ik ’t krakend schutten van ’t schavot. . . l
En met den monnik prevelde ik: ,,Vergeef de
_ ,,Zonde en verdorvenheid, waarin ik leefde, ­­- j
,,Delg uit de schuld, die ’k boeten ga, mijn God !" ‘
Maar ’k voelde stervensangst noch wild berouw, -
Ik dacht: ,,De Alvader, die ons armen schiep, «
,,En zelf het kwaad in ons tot leven riep,
,,Hij kende mijn vermaledijde voosheid. (
,,Dit kan niet zijn, dat Hij, in grimme boosheid, li
,,Mij deernisloos eeuwig verstooten zou"
ï
37
l
M YA _,,_, - al A cgoi o , g _ A __ _ _ ;_ _,