HomeDe zwerver spreekt en andere gedichtenPagina 41

JPEG (Deze pagina), 578.17 KB

TIFF (Deze pagina), 8.56 MB

PDF (Volledig document), 31.50 MB

»
I S P A R S A III.
`: CASPAR HAUSER.
[ Vraag niet van waar ik wanklend ben gekomen,
_ . j Zoek niet den zigzag mijner wanhoopstreden;
{ Zwervend ben ik zóó lang, zóó ver geschreden,
' Zóó zwart omzwermd door wervlende fantomen!
Ik heb aan wee van wild verwezen droomen
T Tè maatloos veel, tè martlend fel geleden . . .
Laat nu dit vloekbre weten van ’t verleden _
i Zacht uit mijn heugnis worden weggenomen.
i Ik hoor van vèr nog stemmen dreigend suizen,
'_ ’k Proef nóg de kerkerlucht van donkre huizen,
L ’k Voel nóg de keetnen, mij wreed aangeleid.
, En ’t eenige, wat mijn ziel ooit kan bevrijden,
I Is los te glijden uit den band der tijden,
l ‘ Door wenschloos leven in vergetelheid.
QL
E 36 `
Q
S I
1
I
F I
F
NI fiihhli ‘*"*« 7. ` ,.·· `4 · `-r­­>­ - ;_ · _ _, ‘; .lia..<i. -,~~‘__, ~·_,. ­ ‘;;, _: .4;.- I ­.. -,_ " "‘ ‘