HomeDe zwerver spreekt en andere gedichtenPagina 40

JPEG (Deze pagina), 624.08 KB

TIFF (Deze pagina), 8.55 MB

PDF (Volledig document), 31.50 MB

s P A R s A II.
VERLANGEN.
Mijn land, men kan hèimlijk een hel verblijden
Vieren onder Uw zwalpend zilvren luchten,
Onder Uw Wüd gewelfde Wolkenvluchten, L
Die langs de koeplen van den hemel glijden. l
1
"‘ Van zacht smaragd zwalpen Uw zomerweiden, `
Waar de ochtendzon ’t vol-rijp tapüt bevruchtte, -
. En paarsch en paarlemoer zweemen, als zuchten P
Zoo teer, als van Uw kimmen ’t licht gaat scheiden . . .
Smaïb Toch komt mij soms een vreemd en fel verlangen K
Naar zon van ’t zwijmelzoete Zuiden prangen, l
E
Waar hommels honig van Hymettos loutren
1, Uit heilige aH’odillen, en waar stoutre K
Vormen zich naar den klaren maatgang voegen
Dier schoonheid, die de antieke tempels droegen. g
ss
2