HomeDe zwerver spreekt en andere gedichtenPagina 32

JPEG (Deze pagina), 599.64 KB

TIFF (Deze pagina), 8.56 MB

PDF (Volledig document), 31.50 MB

BIJ SCHILDERIJEN VI. x
DELFT.
i Uw torenklok heeft wisslende geslachten
Luid uitgeluid en hel verwellekoomd, ­-
T En hun gedachten hangen, bleek verdroomd, `°
Nog onder ’t lommer van uw grijze grachten.
Ip j
.1 1
;; Ja soms, als ’t licht, uit heldre stralenschachten, j ‘
Langs muur en poortje en raamkozijnen stroomt,
Spiegelt een plek, waar achter jong geboomt, j
Fabritius en De Hooch te peinzen plachten . . . j !
E
Doch laas, waar eens uw rij van wallen lag, ‘
Een gordel snoerend om die kleurge veste, i
Die Van der Meer in glorie glanzen zag, ‘
Bleef thans een schemerspel van schaamle resten; .i
Want wat wij van der eeuwen schoonheid erven, i
Is louter schittring van superbe scherven. .
27 j
ü i Ji
l