HomeDe zwerver spreekt en andere gedichtenPagina 30

JPEG (Deze pagina), 571.34 KB

TIFF (Deze pagina), 8.56 MB

PDF (Volledig document), 31.50 MB

BIJ SCHILDERIJEN `IV.
AELBERT CUYP.
De landen liggen in een gulden sluier,
, Waardoor de dag doorluchtig heen komt groeien. ..
| Daar laat de lodderige vonkenspuier 1
i Gloedlonken langs de vochtige aarde stoeien!
a ä
Het leven jubelt in dat lichtgeschuier; ‘
Weelde doorbonst de lucht, - zie, stoere koeien ` Y
” Zwelgen die zatheid binnen, - vol van uier X
g Staan zij haar vruchtbaarheid omhoog te loeien. J
‘ Gelük de bronnen in de beken stieren,
· j De bCkCI1 SäI'I`1CI1ZWàlPCI1 lll 1‘lVlC1'CH, 7
* En de rivier in bare zee vervloeit, - i ä
l i A
{ Zoo stevenen de malsche gouden schichten
Nu saam in breede golvingen van lichten, ii
En ’t wijd heelal ligt van geluk doorgloeid!
:
25