HomeDe zwerver spreekt en andere gedichtenPagina 27

JPEG (Deze pagina), 568.64 KB

TIFF (Deze pagina), 8.56 MB

PDF (Volledig document), 31.50 MB

E
BIJ SCHILDERIJEN I.
REMBRANDTS SIBYLLE.
Wat peinst gij, jonge en paarl­omschenen Vrouwe,
_ Wier aanschijn, in doorluchte duisternis
Gedompeld, sidderend en ongewis,
Ootmoed en wijsheid spelt en droef betrouwen?
i Wie zijt gij, met die vreemd getrokken brauwen,
" Boven die oogen, waar geen glans in is, -
l En welk gemurmel van geheimenis
W . Liet zulk een weemoed op uw wangen dauwen?
l Zijt gij de Geest van vagabondiesch droomen,
Die tot de kusten rijkt, waar wonderlijk
Uit grauwe raadslen gulden lichten doomen?
j Of de Gezalfde zelve uit Rembrandts Rijk,
g Waar ’t murwe, weelde nog van schoonheid vangt,
r j En smart een hooger gloor dan vreugde erlangt!