HomeDe zwerver spreekt en andere gedichtenPagina 11

JPEG (Deze pagina), 705.30 KB

TIFF (Deze pagina), 8.51 MB

PDF (Volledig document), 31.50 MB

Bij een eerste vluchtige lezing, waarbij alles u snel, `
als tegelijkertijd voorbijvliegt, maken VETH’S
verzen wel eenigermate den indruk van paarlemoer:
men ziet overal glanzende tintingen, bewegende
schijningen. Maar toch verschillen zij weer in zoo-
W verre van het verwonderlüke natuurverschijnsel, i
i dat men aan den binnenkant van schelpen waar-
. neemt, dat men dáár, bij aandachtig bekijken, niets
L vast kan houden, ja, alles zich voor uw oogen schijnt ~
W op te lossen, als bestond die luchtig-mystieke kleu-
ring eigenlijk niet. Terwijldeze poëzie daarentegen, `
L zoodra men haar op den keper beziet, weldegelijk ä
iets meer substantiëels, want iets visuëel-en­geest­
W lijk-bestaands laat kijken, waar men psychischen
houvast aan vindt. i
De kleuren van het paarlemoer zijn niets dan een
illusie, door de mysterie­volle natuur ons voor i
oogen gespiegeld, terwijl de artistieke impressies,
die VETH’S verzen ons willen schenken, ontstaan
« zijn door de uiterst­fij ne maar niettemin met reëele §
middelen Werkende, dus stellige zieners- en zeg-
gings-gave van een in zijn diepste Wezen indivi-
dueellijk-eigen, ongemeen mensch.
WILLEM KLOOS. nl
6
1