HomeDeirdre & de zonen van UsnachPagina 62

JPEG (Deze pagina), 746.65 KB

TIFF (Deze pagina), 8.22 MB

PDF (Volledig document), 58.48 MB

daan! Met zijn hoofd zal men gooien, alsof ’t een
schaakstuk was !’
Een oogenblik keek hij voor zich, bijtend zi`n lippen.
Toen, met een korten ruk van zijn hoofii, zag hij
{ op in het verbonden gelaat van Gelba. En hij vroeg, ,
I kort, dringend: ‘En die vrouw ?’
‘Die vrouw ! Als dat Deirdre was, dan is het de schoon-
,l ste vorstin, die ik ooit zag !’ sprak Gelba, woord voor gl
woord. En er was in zijn stem een peinzende afwe- j'
zigheid, die men vreemd vondin hem, toen hij ver- § r
vol de: ‘Schooner dan de verste droom is zij. Want
zij heeft onze droomen achter zich gelaten. Ik zeg ` .
u, de schoonheid van deze vrouw is niet meer voor
menschen, noch voor een aardsche troon. In haar
. oogen heb ik een licht gezien, dat niet meer is van
j zon of maan. Ik heb geen woorden voor deze dingen.
Maar het is vreemd, dat in het midden der velen,
die zijn als wij, zulk eene als zij, die ik daar zag,
i nog gezien kan worden. Neen, koning, ik zeg u, zij
, is niet meer van ons. Zij kan niet meer terug eeren
naar de troon, die wij dienen. Zij is van verten, die
_ wij niet weten . . .’
_ Hij zweeg. Een wüle werd er niet gesproken, Alleen
' Sencha mompelde tot zichzelven:
‘Als een lichthoofdige dwaas zulke dingen zegt, hoe ¢ ‘
zal een koning dan spreken ?’ ·
, Maar Concobar stond plotseling op. Hij brak hun
. ‘ stilte met een korte, barsche lach. F
‘Dat zijn de droomen van een verslagene,’ riep hij. lr
‘Maar onze handen zijn op de scherpe zwaarden. En
die zoon van Usnach is geen droom, maar een man,
$6 I
.... _