HomeDeirdre & de zonen van UsnachPagina 53

JPEG (Deze pagina), 837.82 KB

TIFF (Deze pagina), 8.07 MB

PDF (Volledig document), 58.48 MB

!
ie
daar over de naakte rotsen, en N oisa heeft niet voor
haar kunnen zorgen, zooals ik het deed. En haar j
oogen zijn niet zacht meer en jong, maar scherp van , !
te veel zorg, en zonder de droomen van eenmaal. !
En o, de zware gouden pracht, die vroeger om haar !
hoofd lag! Maar nu zijn heur haren dun en zonder '
gloed, en in hen trekt de magere greep van den tijd,
en zij kan haar hoofd niet meer houden als vroeger. ¤
O, gij weet hoe schoon zij was, vroeger bij mij -­ _ ü
` maar zij heeft de {ierheid verloren, en de droom. . Z
Deirdre is niet schoon meer, koning! Deirdre is niet _¤
schoon meer!’ n
Eerst toen de deur dichtviel achter Lavarcham, schrok {
Concobar op-. N
‘Zij liegt !’, riep hij woest.
Hij sloeg op de tafel, dat de bekers raasden.
‘Zij liegt! Ik wil de waarheid hooren! Wie zal mij [
de waarheid brengen, hier waar ik wacht? Wie zal Yi
gaan naar de Roode Rurcht, en zien of Deirdre is ij
wie zij was ?’ Q
‘Ik ga, koning! Mijn oogen weten of een vrouw 1
schoon is ! Als ik terug kom heb ik haar gezien. Laat · r
mijn beker dan vol zijn, dat ik haar mijn dronk kan jj
geven !’ ‘· 2
‘ Het was Gelba, de zwierige zoon van den koning
van Lochlan, die gesproken had. Hij was opgestaan. .
Zwaaiend hief hij de beker. Luidruchtig, verward,
stootend tegen de zware tafel, verhieven zich nu ook ,
de anderen. Zij dronken hem toe, en lachten, en rie- êü
pen met rauwe stemmen. De drank spatte over tafel ’
en vloer. Gelba sloeg zün leege beker neer. ij
I 47
F
{
ï -¤¤¤-· ·‘