HomeDeirdre & de zonen van UsnachPagina 43

JPEG (Deze pagina), 885.02 KB

TIFF (Deze pagina), 8.03 MB

PDF (Volledig document), 58.48 MB

i ii Y N i i w w www i !,
">
Maar toen zij voor de zee kwamen, en het schip
zagen, waar dat lag te wachten, voelde zij nog een- j
maal de macht der duistere aarde. De mannen, om- ·. ’
ziende uit hun vreugde, zagen haar toen waar zij
wankelde. Zij strekte haar armen werend naar de 1
wateren. Maar zij had het hoofd gewend, en haar I
oogen, groot en angstig, staarden op tegen de ruige
rotswanden, die achter haar stonden en alles afsloten, _ ‘
` onherroepelijk. En tusschen het breede geluid van de _ ü
branding en het grijze, steile zwijgen van dat eind der ’
aarde hoorde N oisa een stem, een wilde, bange klacht:
‘De nacht is in mijn oogen, de nacht! En in mijn l
ooren het huilen van honden. Nergens meer de oogen
van mijn geliefde ­- zijn stem niet meer te hooren. _...
O, de stille wolk, bloedrood boven Emain Macha! E!
En het hoofd van Concobar zonder genade er onder!
En Fergus gevangen in leugens en listen - N oisa,
Noisa, mijn schoone minnaar waar zijt gij? Anla! `”
Ardaan! O, gij, fiere helden van mijn leven, ik roep l
­ u - ik kan u niet hooren . . . Wee, wee, de muren 1
van Emain Macha zijn bespat met het bloed van de l
zonen van Usnach! Maar zij zullen branden in hun ‘
bloed, hoog branden in den nacht! Een wild, zwaar gl
L vuur - een rood, woest einde! O, het einde, het ' ,’
einde. - Ik hoor het dreunen, het donkere dreunen |
- het komt over mij - de zee - de zee . . .’ ·
Noisa voelde op zijn schouderrde zware hand van j,
Fergus, die sprak: j i
‘Er zijn twee dingen, die mij tegen staan en waaraan
ik nooit toegeef En dat zijn het huilen van honden !
en de droomen van vrouwen. Laten wij nu aan boord jj,
37
r !>=