HomeDeirdre & de zonen van UsnachPagina 35

JPEG (Deze pagina), 825.00 KB

TIFF (Deze pagina), 8.03 MB

PDF (Volledig document), 58.48 MB

_ Noisa, maar nu donker en langzaam, zeggende:
‘Concobar . . . Concobar . . . Dat is alles voorbij . . . A
wij zijn verbannen !’ t '
En hij wendde zijn hoofd naar waar Deirdre was. ‘
Hij za haar staan, recht, bevend, met hooggetrokken i
schouäers, de handen strak tegen het gelaat. Haar I
oogen zagen naar hem, en waren wijd van angst. ,
j Een korte wijle stonden zij zoo, elkander ziende, een
j . donkere leegte tusschen hen. Toen heeft N oisa zijn j ,j
x handen naar haar uitgestrekt, en hij heeft tot haar · ’
willen gaan. Maar zij heeft hem geweerd, en is snel _?
; heengegaan, wankelend, brekend in snikken. De deur `i
‘ viel achter haar dicht. j
I De broeders zagen elkander aan,tot Noisazichwendde
naar het vuur en bewegenloos bleef, de rug naar hen l
i gekeerd. En eindelijk hoorden zij zijn stem donker j
en zacht: ‘Er moet in haar bijzijn niet meer gespro­
1 ken worden over dat leven. Het is geweest, en voor- ·
g En zij mag daar geen leed van hebben. En nu, l
e laten wij gaan rusten, en laat dit morgen vergeten e
g zijn.’
Maar Deirdre had gehoord en begrepen. g
I t Na dien avond kon zij niet meer zijn als daarvoor. " ’l
E Zij had begrepen, dat Noisa no een ander leven
f beminde; een, waarin hij haar nietïende, en dat hem ·
I gemaakt had tot den man, die gekomen was, onweer- g
staanbaar, door den avondwind tusschen haar en J Y
i Concobar. g
j Háár leven was dien avond begonnen, toen zij zijn
E naam riep over de eenzame heuvelen, tot driemaal
29
«· j
e

F nr. )
l W , _ _ _. .