HomeDeirdre & de zonen van UsnachPagina 25

JPEG (Deze pagina), 808.33 KB

TIFF (Deze pagina), 8.03 MB

PDF (Volledig document), 58.48 MB

[ ‘
? . ¢ '
hem dwong te heerschen. Hij nam haar hoofd in zijn `_
handen, en neeg zich over haar. En door de roode '· J
brand der lippen dronken zij, ten bodem dier sche- i ~ j
mering, de adem van elkanders leven. j
Toen, daarna, zij naast hem stond op den heuveltop, _ l
waar het laatste licht in den avond verwoei, zag hij F
Ardaan en Anla komen. En wijzend naar hen, sprak
hij tot Deirdre, die, haar hoofd rustend aan zijn borst, Y
zijdelings keek in de richting, die hij wees: j
‘Zij, die daar komen, zullen de trouwe wachters zijn
van ons leven. Het zijn mijn broeders, en wij hebben
elkander zeer lief?
Toen zij genaderd waren, ging Deirdre tot hen, en {
sprak, voor hen staande:
‘Uw broeder is tot mij gekomen, en nu ben ik uw
zuster, Deirdre.’ , I
Dit gezegd hebbende, kuste zij beiden. ll
De broeders stonden voor N oisa en Deirdre, en . ‘
zij zwoeren heilige trouw aan de machtige liefde, die j ‘
hen had verbonden. En zij hieven de zware schilden '
tusschen hen en de wereld. De zon was ondergegaan; j j
ver in het Westen verdween het licht. De avond- " l
wind woei over de heuvel waar zij stonden, zij, de j 9
verkorenen dezer groote liefde, Deirdre en de zonen i`
van Usnach. V q
Lavarcham had den langen avond bij het vuur ge- _ , g
zeten, alleen, niet wetend, machteloos. Het was al Q C
laat toen zij buiten de nadering hoorde van snelle
zware schredèn. Zij aarzelde niet, maar stond op,
opende de torendeur, en trad naar buiten. ·ëï·
I9
l
l