HomeDeirdre & de zonen van UsnachPagina 24

JPEG (Deze pagina), 771.86 KB

TIFF (Deze pagina), 8.03 MB

PDF (Volledig document), 58.48 MB

` rl Maar nauwelijks had hü uitgesproken, of er werd
L _ V~ ten derde male geroepen. En nu hoorden zij het,
· woord voor woord: r
· Q ‘Noisa, zoon van Usnach !’
vj,’ _ Het was een stem, die riep uit het hart des levens.
j . . Anla en Ardaan zagen hoe hun broeder sidderde. Nog
stond hij met zijn gelaat naar de richting waarheen
Vi zij gingen, en waar de wereld was. Maar zijn hoofd
.. J , neeg, en zijn handen grepen in zijn borst, en hij
‘ wankelde. En toen, met eenmaal, keerde hij zich,
ii* en hief zijn hoofd, en strekte zijn armen uit.
Y _‘ · ; Het dalende zonlicht bescheen hem in zijn fiere, ver-
f` V _ voerende schoonheid. De avondwind woei zijn zwarte
’ ï haren weg van het witte hooge voorhoofd, en hij riep
door de vlammen van zijn lippen, luid, luid tegen
( den wind in:
is ‘Noisa komt !’ -
. En toen ing hij.
[ , j Hij vond; haar waar zij stond, wachtende, aan den
_ _ duisteren voet van een heuvel. Zij bewoog zich niet,
. i w en riep niet meer. Hij daalde neer van de top, waar
V ¥ het late licht nog was. Zij zag hoe hij, dalende, op-
` genomen werd in de schemering, ten bodem. waar-
` ” ‘_ van zij stond. Zij hoorde zijn vaste tred, afdalend,
Y 1 » naderen.
5. En plotseling stond hij voor haar, de machtige zoon
" van Usnach.
I Zacht bewoog haar adem door haar open lippen. Haar
i wijde oogen staarden op tegien het witte aangezicht,
dat boven haar lichtte in et duister. Noisa voelde
g uit haar oogen tot zich ingaan de wil des levens, die
1 8
*:1 {
illiiih l`