HomeDeirdre & de zonen van UsnachPagina 23

JPEG (Deze pagina), 874.84 KB

TIFF (Deze pagina), 7.99 MB

PDF (Volledig document), 58.48 MB

i 5 ii ii ii Mi. E
ll u
i il
gn onwetend van de wereld, die zij luchtig betraden.
_lS Als jonge goden gingen zij, hoog door de waaiende j
glinsterende ruimten. En Deirdre zag hen boven zich L j
aan haar voorbijgaan, zingende over de wereld heen,
lt_ in zalige doellooze overmacht. En zij zag het gelaat l
m van Noisa, tegen het waterklare blauw van den hemel, , '
j- waarin hij opkeek. En zij zag, dat zijn opwaaiend ‘
gij haar ravenzwart was boven zijn sneeuwblanke hals ~»
[ls en aangezicht, en dat zijn zingende lippen rood waren v
ig als het bloed, en als vuurvlammen zoo levend. En · ?
hij zag haar niet, en zong, en liep boven haar aan
;h haar voorbij, voorbij - l , ·€
Zoolang zij hem nog zag, was zij bewegingloos en *
zonder stem. Maar toen hij en zijn broeders verdwe- j_
nen om de bocht van een verren heuvel, toen hief zij li
gn haar handen omhoog, en riep, riep zoo luid zij kon: j
LL ‘Noisa, zoon van Usnach !’ ' gl
m En in de verte hoorde Noisa een roep, en zong niet _ `·
1- meer, maar vroeg : In 1
lc ‘Wat riep daar, en van waar klonk die stem ?’
1- Maar Ardaan, in onbestemde vreeze, antwoordde: l
1- ‘Het was niets dan de zwanen van het meer van · a
1-.. Concobar. Zij zijn uitgevlogen, en roepen elkander C,
S- op den avondwind.’ ’
a_ En Noisa liep verder. Maar ten tweeden male hoorde jj
{C hij een roep; en weer stond hij stil, en vroeg: ,.
gy ‘Wat kan dat zijn ?’
in En nu zeide ook Anla: j E
m ‘Waarlijk, het zijn de zwanen van het meer van
m koning Concobar. Laten wij sneller gaan, want wel- ï
h, dra zal het avond zijn.’
17 tij.
Qiiáj