HomeInkeerPagina 9

JPEG (Deze pagina), 733.86 KB

TIFF (Deze pagina), 9.53 MB

PDF (Volledig document), 23.24 MB

üèäfüsxàmüw L . Y , ~ ­ ~ ­ . . vi
tri
Het bloed wil rust maar °t hart wil °t niet gedoogen, I
Het haakt naar de eene rust die nooit vergaat,
En drijft het lijf te ontwaken uit zijn logen,
V Voort naar de leege luidheid van de straat.
Daar weegt de hitte op gr1js­geschroe1de pleinen,
En °t lijf, vermoeid van ’t zwaar en doelloos gaan,
Ter muur geleund, ziet roerloos der fonteinen
Vergeefsche drang, vergeefsche storten aan.
Voelt niet de dorst der smachtend-matte leden,
Want de eeuwge dorst der hunkerende ziel I
•• • • l g
Heeft tot der drupplen wijsheid zich beleden: g i
Hoe ’t al uit niets rees en tot niets verviel;
En laat zich e1ndl1jk tot berustmg raden,
Maar duldend, voelt als ’t lijf zich, stervensloom,
En peilt haar diepte in de ijdelheid der daden, _
En ’t grondloos leed, en de onmacht van de droom. ”
2
l T
3
ë
·-· .­ ' «. ¤ «3;r te , M ui t «·»~w,«· ·· J s