HomeInkeerPagina 22

JPEG (Deze pagina), 907.99 KB

TIFF (Deze pagina), 9.61 MB

PDF (Volledig document), 23.24 MB

Fï ‘ i
kr, ‘7_ I • l • •
Xl. Wie zijn lijden eeuwge noodzaak heeft bevonden t
’·ï¥?& . . .. .
Vraagt geenheulvoorz1jn gekneusdemenschhjkheid,
ê‘ïg·ï‘;* . ·
Kan met klagen om de smart der onverbonden,
T Zonder deernis in zijn ziel geslagen wonden,
ëï Aan wier scherpe pijn zijn deel der wereld lijdt. =
l I

j v L1jdt het lijden dat hem eigen 1S gegeven
Stil volhardend, zonder opstand, tot de dood, A
Want hij weet zich zelf uit dit bewogen leven
Tot die broederschap van v_rede in leed geheven, Q
Diehethart doorgrondtinïdiepstevan zijnnood.
I I
En wie éénmaal tot dit weten is gekomen,
Kent geduld in leed zijn menschelijke plicht.
Als hij nóg verlangt om van geluk te dróómen, A
Gaat hij heen tot waar de wij de waatren stroomen,
:i‘ Naar het eenzaam sterven van ’t ontzaglijk licht.
Als de zon sterft, in de dood der hooge gloeden,
’tï Leert hi` sterk en root te wezen zonder loon:
J . . g .
Roerloos u1tz1end over sp1egelende vloeden
Voelt hij stil het wereldhart in zich verbloeden
·• • • • 3 , l
;‘ ._`. En berustend r1 st h1 t zware leven schoon. 5
. ;~
1 6
mai
ll
ïäë

·`iê'§‘
_, , ­ _ ‘.«,,,,g;g,<ïi -« ‘ i .‘£" · '£‘F·ï"’7""¥"ï€""*""¥·` v ’