HomeInkeerPagina 16

JPEG (Deze pagina), 931.29 KB

TIFF (Deze pagina), 9.59 MB

PDF (Volledig document), 23.24 MB

" *“*~*‘M `ï ‘=­ : ­ .­¢ · · « ··¤;.­·~·i r »»>x¤s’ m·rc~··­ wv e - ..... ~ A » ; «»·~·=r<=w :»»»~·¤».»..­.... ­.«. rm...., ­­.. - Y _,,,,,,·;·
V. Nog kan ik, nu rondom de halmen eender rijpen,
In °t eender zonnegoud als °t koren van voorheen,
Dat wemelend gezicht niet in één blik begrijpen,
• • •
· Dwaalt onbestemd mijndroomlangslaagte en helling heen.
Maar ééns, na heel veel leed, zal mij de wereld dwingen
Mij zelf een deel te zien in ’t sterk en vast verband `
Dat tot de noodzaak van gemeenschap aller dingen
Met onweerstaanbre dwang ’t weerspannig hart vermant.
.9
ïïï =¢ ,s­
ëii? _f . • • , •
_c·,, L O sterke °t dan mijn moed dat,of` ’t soms minder schijne,
·r‘l i Het leven grooter is dan onze kleine geest, ·
• . . • , . •
Die, als dit zware licht 1n t avondrood verkwijne,
Zijn wankelmoedig lied als rééds weer vreemd herleest.
Als dan de nachtwind ruischt en al de sterren Honkren,
#lï§,,·_;i • • • • •
De tijd zich samenvat 1n één hoog oogenblik,
, ­
Vergetend alle leed na t wonder van dit donkren,
Kent hij geen onderscheid, is álles aarde en ik.
Dan koelt het heet gemoed en huivrend begenadigd
Ontvangt het zijn geluk van een-in­al te zijn,
5z‘g=: l . . . . .
En voelt zijn felle dorst van lichternis verzadigd,
En stilt zijn duistre drift in de eindelooze schijn.
1 o
. .
°
äïïlëï
’m'z
r
i _ ,,,,,, .;,;,,~._~;,,.... . ....,.........,` ·¤@w=¤‘·¤i:v«· i